Publications 99-04

Publications 93-98

Press Radio TV

Lectures

Conferences

Research

Group

Images
 


 
 
 
 
 
 
 

 

Origin of biomolecular Asymmetry

Press
 

de Volkskrant 30.3.2002


Wetenschap

Tussen de sterren groeien aminozuren

Laboratoria in Californie en Leiden hebben onafhankelijk van elkaar de vorming van aminozuren in het heelal nagebootst. Een bron van leven, misschien.

Concullega's zijn het, de groep van Louis Allamandola in Californie en het team van Willem Schutte in Leiden. Deze week staan zu gebroederlijk samen in het tijdschrft Nature . Beide groepen hebben aangetoond dat aminozuren afkomstig zijn uit de kosmos. Het ontstaansproces is nagebootst in laboratoriumopstellingen. 
'Dit is echt een hoogtepunt in de geschiedenis van ons lab', glundert Schutte promovendus Guillermo Munoz Caro. Om er fijntjes aan toe te voegen dat er in Leiden zestien verschillende aminozuren zijn gedetecteerd, terwijl de Amerikanen er maar drie vonden.
Allamandola leerde de kneepjes van het vak in Leiden, bij wijlen Mayo Greenberg, oprichter en jarenlang directeur van het Astrofysisch Laboratorium (tegenwoordig het Raymond and Beverly Sackler Laboratory for Astrophysics), waar de ijle, koude kosmos wordt nageboost. In 1984 begon Allamandola zijn eigen lab aan het NASA Ames Research Center. Van nauwe samenwerking het Leiden is geen sprake. In het persbericht over die nieuwe ontdekking, dat NASA afgelopen woensdag verspreidde, wordt met geen woord gerept over het werk van de Nederlandse groep. En Munoz Caro, de eerste auteur van het Leidse artikel, was tot begin deze week niet eens op de hoogte van de Californische resultaten.
Geruststellend is het wel, dat twee verschillende onderzoeksgroepen in twee verschillende laboratoria vergelijkbare resultaten vinden. Het gaat om moeilijke proeven en uiterst complexe analyses, en opzienbarende claims worden terecht met de nodige scepsis bekeken. 
Op een testplaatje van een paar vierkante centimeter in enn hoogwaardig vacuüm breng je een laagje ijs met daarin andere bevroren gassen van een honderdste micrometer aan, even dun als de ijslaagjes op stofdeeltjes in koude interstellaire wolken. Vervolgens bestraal je het ruimteijs een dag lang met ultraviolet licht zoals dat ook in het heelal voorkomt. Tot slot warm je het monster op tot kamertemperatuur, waarbij hit ijs verdampt en er een residu van minder dan een millogram aan organische moleculen overblijft. 
Met hypergevoeloge gaschromatografen en massaspectrometers moet de samenstelling van dat residu worden onderzocht. Per stofje ben je daar wel een dag mee bezig, zegt Munoz Caro, die de analyse afgelopen zomer uitvoerde op een laboratorium van Orléans. 'Eigenlijk waren we niet per se op zoek naar aminozuren. Pas op de laatste dag van mijn verllijf in Frankrijk besloten we ook daarkaar te kijken.'
Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten en in feite nan alle levende organismen. Ze zijn al eerder aangetroffen in meteorieten, maar algemeen werd aangenomen dat ze pas na de vorming van het zonnestelset ontstonden, onder invloed van water. Uit de laboratoriumproeven blijkt echter dat ze ook in de riumte tussen de sterren moeten ontstaan. Dat betekent dat de bouwstenen van het leven waarschijnlijk uit de kosmos afkomstig zijn. Van de zestien aminozuren die door Munoz Caro en zijn collega's zijn gevonden, komen er zes ook voor in aardse organismen.
Hoe het leven is ontstaan, weet niemand. Toen Harold Urey en Stanley Miller ind e jaren vijftig lieten zien dat er op de primitieve aarde onder invloed van bliksemontladingen, spontaan aminozuren gevormd konden worden, was dat een enrome doorbraak. 'Wij doen net zoiets, maar dan in die ruimte', aldus Munoz Caro. 'De aminozuren kunnen aan boord van kometen en meteorieten op aarde terecht zijn gekomen. En dat gebeurde natuurlijk ook in andere planetenstelsels. De oorsprong van het leven wordt hierdoor waarschijnlijk wel makkelijker gemaakt.'

Govert Schilling


Last updated April 2002